Nieuws
Ontslag op grond van (morbide) obesitas? 08 feb 2012
Obesitas is ernstig overgewicht. Obesitas wordt morbide obesitas genoemd als het risico op gezondheidsproblemen of ernstige ziekten als gevolg van obesitas aanzienlijk stijgt. Met obesitas samenhangende aandoeningen zijn bijvoorbeeld diabetes, hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten. Deze aandoeningen kunnen aanleiding geven tot een ernstige fysieke handicap of zelfs tot de dood. De wereldgezondheidsorganisatie erkent obesitas als een ernstige, chonische ziekte die als zodanig behandeld moet worden. Dit betekent dat obesitas onder controle te brengen is, maar er geen genezing voor bestaat.
Het zal niemand ontgaan zijn dat het aantal mensen dat lijdt aan obesitas de afgelopen jaren flink is toegenomen. Deze week was in het nieuws dat ongeveer de helft van de Nederlanders te dik is en een kwart van de bevolking heeft inmiddels obesitas. Werkgevers hebben of krijgen dan ook zonder meer te maken met werknemers die obesitas hebben. Gezien de aandoeningen die obesitas met zich mee kan brengen, kan over het algemeen gesteld worden dat werknemers met obesitas, en met name morbide obesitas, vaker ziek zijn en problemen ondervinden in de uitoefening van hun werk. De vraag waar veel werkgevers mee worstelen is of zij een werknemer op grond van morbide obesitas kunnen ontslaan. Een tweetal recente uitspraken van de kantonrechter te Tilburg en de kantonrechter te Zwolle gaan over deze vraag.
De genoemde kantonrechters hebben vastgesteld dat morbide obesitas een chronische ziekte is. In dat verband geldt de eerste twee jaar een opzegverbod voor de werkgever en kan een werkgever de werknemer in beginsel niet ontslaan. Ook de kantonrechter houdt hier in een ontbindingsprocedure rekening mee. In geval van een chronische ziekte is het op basis van de Wet geljke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte ook nog eens zo dat, al is de werknemer langer dan twee jaar ziek, een opzegverbod blijft gelden. Er moet dan dus een andere grond (bijvoorbeeld bedrijfseconomische of organisatorische redenen), losstaand van de ziekte, aanwezig zijn om tot een beëindiging van het dienstverband te komen.
In de zaak van de Kantonrechter Tilburg was er sprake van een werkneemster bij een huisartsenpost die al ruim vier jaar zeer vaak ziek was en ook als zij wel werkte door haar gezondheid niet zelfstandig haar werkzaamheden kon verrichten. Hier was dus sprake van een andere grond om tot een beëindiging van het dienstverband te komen: roostertechnische problemen.
Uit de zaak die speelde bij de kantonrechter te Zwolle had de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst gevraagd omdat de werknemer ten gevolge van zijn overgewicht zijn werk niet kon verrichte. Uit het oordeel van de kantonrechter volgt dat de werkgever ook moet aantonen zich voldoende te hebben ingespannen om de werknemer te helpen bij zijn ziekte. In deze zaak was de kantonrechter van mening, hoewel de werknemer vaak door de werkgever was aangesproken op het overgewicht, dat de werknemer toch onvoldoende en te laat was gewezen op zijn verantwoordelijkheid om iets aan zijn overwicht te doen. De werkgever had duidelijker moeten maken dat als de werknemer niet zou afvallen om zijn werk weer te kunnen doen, daar arbeidsrechtelijke consequenties aan verbonden zouden worden. De werkgever had de werknemer meer kansen moeten geven en eerst een loonsanctie moeten opleggen. Er kwam dus geen ontbinding.
Dus, let als werkgever op hoe je omgaat met werknemers met overgewicht. Als het overgewicht als een ziekte aangemerkt kan worden, wordt de werkgever geacht een bepaalde zorgplicht op zich te nemen.
Zorgplicht werkgever bij gladheid 06 feb 2012
Ten aanzien van de postbezorgster die zich op de openbare weg bevond terwijl zij viel op een oprit bij een woning ten gevolge van gladheid en daarbij haar enkel brak, oordeelde de Hoge Raad onlangs in november 2011 dat de uit goed werkgeverschap voortvloeiende verzekeringsverplichting niet geldt. De verzekeringsplicht van de werkgever strekt zich dus niet uit tot het risico op eenzijdige voetgangersongevallen.
De contouren van de aansprakelijkheid van de werkgever voor de werknemer die zich op de weg bevindt, zijn niet altijd even doorzichtig. Met de uitspraak van de postbezorgster lijkt de Hoge Raad in ieder geval de grenzen van de verzekeringsplicht van de werkgever voor de werknemer te hebben afgebakend: eenzijdige voetgangersongevallen vallen daar niet onder. Voor de werknemer kan dit inhouden, dat hoewel schade door struikelen of uitglijden wordt opgelopen tijdens het verrichten van werk, de schade toch voor eigen rekening komt.
Wilt u hierover verder praten, dan kunt u vrijblijvend contact opnemen met mr. E.A. Mulders of mr. C. Bijlsma. Telefoonnummer: 0118-620000 of een e-mail sturen naar het volgende adres:
Vrijspraak overval hotel Picard 03 feb 2012
In deze strafzaak zijn twee verdachten aangehouden. Een van de verdachten betreft een 19 jarige man die pas 4 maanden na de overval als verdachte is aangemerkt en aangehouden. mr. R.T.K. Davidse van Köller Advocatenkantoor heeft de belangen van deze verdachte behartigd. Cliënt heeft van het begin af aan stellig ontkent enige betrokkenheid te hebben gehad bij de overval. Zijn ontkenning werd gesteund door het feit dat het strafdossier geen direct belastend bewijs en zelfs divers ontlastend bewijs bevatte. Toch voelde de verdediging zich genoodzaakt diverse onderzoekshandelingen te laten verrichten om zo het ontlastend bewijs aan te vullen en de verdenking meer te ontkrachten. De inspanningen van de verdediging hebben er toe geleid dat het strafdossier geen wettig en overtuigend bewijs bevatte om tot een veroordeling te kunnen komen. In dergelijke strafzaken is het van groot belang dat de verdediging zich actief opstelt en de mogelijkheden beziet om tot meer ontlastend bewijs te komen. Niet dient te worden vergeten dat een bewezenverklaring van een dergelijke verdenking kan oplopen tot een jarenlange gevangenisstraf. In deze zaak heeft de officier van justitie immers 4,5 jaar gevangenisstraf geëist.
Op 3 februari 2012 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank Middelburg vervroegd uitspraak gedaan. Ook zij kwam net als de verdediging tot de conclusie dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden was om tot een bewezenverklaring te komen. Cliënt is dan ook na een verdenking van 6 maanden voor dit feit vrijgesproken.
Toegang tot de rechtsgang belemmerd door de verhoging van griffierechten? 26 jan 2012
Wat zijn griffierechten? Griffierechten zijn rechten die betaald moeten worden aan de rechtbank alvorens een juridische procedure inhoudelijk in behandeling wordt genomen. Worden griffierechten niet tijdig betaald, volgt een niet-ontvankelijk verklaring van de niet-betalende partij. De niet betalende partij wordt dus niet ontvangen in de juridische procedure. Dat kan grote gevolgen hebben.
De tarieven voor het griffierecht zijn wederom verhoogd vanaf 1 januari 2012. Een volgende verhoging in de reeks van verhogingen is aangekondigd per 1 juli 2012. Het kabinet wil uiteindelijk, in 2013, 240 miljoen euro bezuinigen op de griffierechten. De doelstelling is, dat vanaf 2013, de kosten van een gerechtelijke procedures volledig gedekt worden door de betaling van het griffierecht.
Uit onderzoeken blijkt, dat mensen op dit moment al afzien van het voeren van juridische procedures wegens de hoge griffierechten. Er wordt in ieder geval een drempel opgeworpen voor de burger om zich te wenden tot de rechter. De rechtszekerheid lijkt hiermee in het geding te komen.
De almaar stijgende griffierechten werken in ieder geval belemmerend en zouden volgens de Nederlandse Orde van Advocaten uiteindelijk er toe kunnen leiden dat de rechtsgang voor sommigen zelfs geblokkeerd wordt! Een zorgwekkende ontwikkeling.
De echtscheidingsnotaris 16 jan 2012
Nog een wetsvoorstel dat het niet heeft gehaald is het wetsvoorstel om de notaris bevoegd te maken om gemeenschappelijke verzoekschriften tot echtscheiding in te dienen.
Op dit voorstel is nogal wat kritiek gekomen. Het notarisambt is nu eenmaal een ander vak dan dat van de echtscheidingsadvocaat. Om op een goede manier echtscheidingen op gemeenschappelijk verzoek te behandelen, dient de advocaat, volgens de Vereniging voor Familierechtadvocaten en Scheidingsbemiddelaars, een deskundig mediator te zijn. Om deskundig mediator te worden dienen de echtscheidingsadvocaten verschillende specialisatieopleidingen te volgen. Bovendien is het volgens velen onontbeerlijk dat je als advocaat/mediator ook kennis hebt van de rechtspraak op tegenspraak. Pas dan kun je je cliënten hierover informeren. Zoals gezegd heeft dit voorstel het niet gehaald en blijft het indienen van echtscheidingsverzoeken voorlopig voorbehouden aan advocaten.
Het zou kunnen dat onder voorwaarden het helemaal nog niet zo'n gek idee is wanneer notarissen wel bevoegd zouden worden om echtscheidingsverzoeken in te dienen. Er dienen dan waarborgen te zijn omtrent de deskundigheid van de echtscheidingsnotaris. Als de notaris echtscheidingen kan behandelen, dan zouden advocaten natuurlijk ook in staat moeten worden gesteld om huwelijksvoorwaarden op te stellen.
Vaak hebben mensen die huwelijksvoorwaarden hebben laten opstellen door de notaris geen flauw benul van de inhoud van deze voorwaarden. Wanneer de inhoud aan de echtgenoten wordt uitgelegd zijn zij hierover meestal erg verbaasd. In mijn praktijk heb ik hierop helaas nog geen uitzonderingen meegemaakt. Het kan beter. De echtscheidingsspecialist is heel goed in staat om huwelijksvoorwaarden op te stellen, die in de praktijk beter zullen werken dan de huwelijksvoorwaarden die nu door de meeste notarissen worden gehanteerd. Het is nodig om de huwelijksvoorwaarden toe te spitsen op de praktijk; de praktijk tijdens het, gelukkige, huwelijk èn op de echtscheidingspraktijk, wanneer het huwelijk niet gelukkig blijkt te zijn.
Misschien kan het onderscheid tussen notarissen en advocaten in de toekomst geheel verdwijnen. De speciale notarisfuncties, zoals bijvoorbeeld het passeren van leveringsakten, e.d. kunnen dan door een ambtenaar bij het kadaster worden overgenomen. Mogelijk dat de kosten hiervan dan ook lager zullen worden.
Wijziging huwelijksvermogensrecht op 1 januari 2012 09 jan 2012
Ingaande 1 januari 2012 is het huwelijksvermogensrecht gewijzigd. Aanvankelijk had de wetgever een ruimere wijziging van het huwelijksvermogensregime voor ogen. Het was de bedoeling de gemeenschap van goederen, die nu voor iedereen die geen huwelijksvoorwaarden maakt geldt, volledig uit te kleden. Hierdoor zou al het vermogen dat voor het huwelijk al aanwezig was en ook de voor het huwelijk aanwezige schulden niet in een gemeenschap van goederen terecht komen. Dit vermogen en deze schulden zouden dan privé blijven. Dit kan grote voordelen opleveren. Vaak wordt het als niet redelijk gezien dat vermogen dat iemand voor het huwelijk heeft opgebouwd in één keer gemeenschappelijk wordt. Alsnog veel onredelijker wordt het gezien dat een schuld van één echtgenoot ineens gemeenschappelijk wordt door het huwelijk. De andere echtgenoot heeft met het ontstaan van de schuld vaak niets te maken gehad.
Door verschillende amendementen (wijzigingen die de Tweede Kamer kan aanbrengen in een wetsvoorstel) is van de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever niet veel terecht gekomen.
Is er dan nog iets gewijzigd? Ja, ingaande 1 januari 2012 zijn toch nog enkele wijzigingen in werking getreden.
De aller belangrijkste is dat de gemeenschap van goederen niet meer eindigt op het moment van inschrijving van de echtscheiding, maar op het moment dat het verzoekschrift tot echtscheiding wordt ingediend bij de rechtbank. Dit heeft grote voordelen. Op het moment dat een verzoek tot echtscheiding is ingediend zie je dat in veel gevallen de band tussen de echtgenoten vermindert. Zij gaan bijvoorbeeld apart wonen en hebben geen zicht meer op wat de ander aan het doen is en hoe de ander zijn geld besteedt. Vaak is er dan de angst dat de andere echtgenoot schulden maakt, waarvoor de echtgenoot die hier geen zicht op heeft toch aansprakelijk is, omdat de gemeenschap van goederen tot de echtscheiding is ingeschreven gewoon blijft bestaan. Deze situatie is nu veranderd. Vanaf het moment dat het echtscheidingsverzoek wordt ingediend, wordt de huwelijksgemeenschap als het ware bevroren. Schulden die hierna ontstaan vallen dus niet in de gemeenschap van goederen.
Hiervoor is het dan wel van belang dat de mogelijke schuldeiser op de hoogte had kunnen zijn van het gegeven dat een echtscheidingsverzoek is ingediend. Om dit te bewerkstelligen dient de advocaat een bewijs van het indienen van het echtscheidingsverzoek te laten inschrijven in het huwelijksgoederenregister dat door de griffie van de rechtbank van de plaats waar het huwelijk is gesloten wordt bijgehouden. Zodra het ingediende verzoek hier is ingeschreven wordt de schuldeiser geacht hiervan op de hoogte te zijn.
Naast deze beperkte, beperking van de huwelijksgoederengemeenschap zijn nog enkele andere wijzigingen in werking getreden. Deze wijzigingen hebben betrekking op de inlichtingenplicht voor echtgenoten, de vergoedingsrechten tussen echtgenoten en de vruchten van privégoederen.
Ook wanneer er een huwelijksgoederengemeenschap bestaat kunnen er privégoederen zijn, bijvoorbeeld doordat één van de echtgenoten heeft geërfd, terwijl de erflater een uitsluitingsclausule in het testament heeft opgenomen. Een uitsluitingsclausule is een zeer veel voorkomende bepaling in testamenten. Door deze clausule blijft het geërfde vermogen, privévermogen van degene die erft en komt het, bij een echtscheiding, enkel toe aan die echtgenoot. De zogenaamde koude kant wordt hiermee uitgesloten. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was eveneens voorgesteld om alle erfenissen (ook die zonder uitsluitingsclausule) tot het privévermogen te laten behoren. Ook dit punt heeft het helaas niet gehaald. Voorlopig blijft het dus nodig om een uitsluitingsclausule op te nemen, wanneer je zou willen dat je kind erft, maar niet je schoondochter of -zoon.
Binding van werknemers door aandelen? 06 jan 2012
Een belangrijke vraag nu er krapte op de arbeidsmarkt is en dit in de toekomst alleen maar zal toenemen, is: ‘hoe vergroot je de binding van je personeel met het bedrijf'. Een van de mogelijkheden is het aanbieden van aandelen. Dat kan natuurlijk alleen in geval van de BV constructie.
Wat houdt het traject in?
Werknemers kunnen aandelen kopen en worden zo voor een deel eigenaar van het bedrijf en delen in de ontwikkeling van de aandeelhouderswaarde. Ze krijgen daardoor stemrecht en recht op dividend. In feite krijgen zij er een vorm van zeggenschap bij want zij mogen aanwezig zijn op de aandeelhoudersvergaderingen en daar stemmen over het beleid van het bedrijf. Dit vergroot uiteraard de betrokkenheid van werknemers bij het bedrijf en dus ook de binding.
Wil je al die zeggenschap in je bedrijf niet, dan kan ook worden gekozen voor een wat minder uitgebreide vorm. Aan de werknemers kunnen certificaten van aandelen worden gegeven. De aandelen die voor de werknemers bestemd zijn, worden dan in een speciaal daarvoor op te richten stichting geplaatst die dan weer certificaten uitgeeft. Werknemers hebben in dat geval geen individuele zeggenschapsrechten - de zeggenschap ligt dan bij het stichtingsbestuur - tenzij je daar weer andere afspraken over maakt.
Het is mogelijk dat je als bedrijf niet wilt dat iedereen aan het aandelenplan meedoet. Je kunt voorwaarden aan deelname stellen. Je kunt deze bijvoorbeeld beperken tot medewerkers die in ieder geval een jaar in dienst zijn en een contract voor onbepaalde tijd hebben. Niet iedereen hoeft evenveel aandelen te kunnen krijgen. Ze kunnen naar rato worden verdeeld in groepen, bijvoorbeeld de meeste aandelen voor directieleden, iets minder voor het management, nog iets minder voor lager personeel etc. Er kan daarbij ook nog onderscheid gemaakt worden in functie, diensttijd en salarisgroep. Als je niet iedereen evenveel aandelen geeft, kan dit voor werknemers een reden zijn om door te willen groeien in het bedrijf en levert dat dus binding op.
Let erop dat bij uitgifte van nieuwe aandelen het belang van de zittende aandeelhouders zal verwateren. Ook kunnen werknemers zich gaan bundelen en dit kan grote gevolgen hebben voor het bedrijf. Samen kunnen ze de mogelijkheid krijgen om bijvoorbeeld de verkoop van het bedrijf tegen te houden. Het is dus van groot belang alle voor- en nadelen goed op een rij te zetten om te bezien of dit nu de bindingsmethode is die je wil.
Er zijn natuurlijk ook nog andere mogelijkheden om werknemers te binden: je kan bijvoorbeeld denken aan het betalen van een goede pensioenpremie, het aanbieden van parttime werk, het betalen van kinderopvang en het geven van meer vakantiedagen. Of, zoals Google, de beste werkgever van Amerika, het aanpakt: voorzieningen aanbieden zoals een wasserij, stomerij, massage, gratis lunch, snack-rooms en het gebruik kunnen maken van een kuuroord!
Wilt u over dit onderwerp verder spreken of geadviseerd worden, dan kunt u contact op nemen met mr. C. Bijlsma ( ) via e-mail of telefonisch op: 0118-620000.verhuizing bij gezamenlijk gezag 09 dec 2011
Uitoefening van het gezamenlijk gezag over de kinderen brengt met zich mee dat ouders samen belangrijke beslissingen over de kinderen moeten nemen. Een verhuizing kan een zodanig belangrijke beslissing zijn, bijvoorbeeld wanneer de ouder waarbij het kind de hoofdverblijfplaats heeft (het meest verblijft) graag wil verhuizen van Middelburg naar Groningen. In dat geval zal wellicht de zorgregeling die ouders hebben afgesproken niet langer kunnen worden uitgevoerd gelet op de lange reistijden. Bij een verhuizing naar bijvoorbeeld Frankrijk of Amerika wordt dit probleem nog groter. In deze gevallen is voor verhuizing van de ouder met het kind de toestemming van de andere gezaghebbende ouder nodig. Overigens is niet duidelijk vanaf welke afstand de toestemming van de andere ouder nodig is. Een en ander hangt af van onder andere de zorgregeling. Het is daarom aan te raden in geval van een voorgenomen verhuizing altijd even contact met de andere ouder en een advocaat op te nemen.
Geeft de andere gezaghebbende ouder de toestemming voor de verhuizing niet dan kan aan de rechtbank vervangende toestemming worden gevraagd. De rechtbank maakt alsdan een afweging tussen de belangen van de ouder die wil verhuizen (werk, nieuwe partner, familie in de plaats van bestemming, enz) en de belangen van het kind en de andere gezaghebbende ouder (deze belangen betreffen met name de uitoefening van een inhoudsvolle zorgregeling). In de rechtspraak is een tendens zichtbaar waarbij meer dan vroeger toestemming voor de verhuizing wordt gegeven, ook als dit een verhuizing naar het buitenland betreft. De reden hiervoor is dat de wereld door Skype, Facebook, enzovoort inderdaad steeds kleiner wordt.
Bent u voornemens te verhuizen, of heeft uw ex-partner juist het voornemen te verhuizen, dan kunt u uiteraard contact met mij opnemen om de juridische mogelijkheden te bespreken. Neemt u gerust contact met mij op via de telefoon (0118 - 62 00 00) of via e-mail ( ).
Hoe een vordering te incasseren? 02 dec 2011
Veel ondernemers vragen zich in geval van een onbetaalde vordering af wat te doen: uit handen geven aan een incassobureau of advocaat, zelf actie ondernemen, procederen? Voor kleine vorderingen kan gebruik gemaakt worden van een incassobureau. De praktijk leert echter dat een incassobureau vaak niet een al te grote indruk maakt op schuldenaren. Verder wordt vaak gebruik gemaakt van standaard sommaties, wat lang niet bij elke vordering zinvol is. In zijn algemeenheid is het zo dat het voor wat grotere vorderingen (boven de € 5.000,-) de moeite loont een advocaat in ieder geval een sommatiebrief te laten schrijven. Als er niet sprake is van een notoire wanbetaler, is een brief van een advocaat vaak een goede aansporing om tot betaling over te gaan. Het schrijven van een enkele brief is niet al te kostbaar en negen van de tien keer wordt direct betaald.
Procederen is echter een andere zaak. Men is er vaak niet van op de hoogte dat de combinatie van hoge griffierechten, kosten van eventuele beslagen, deurwaarderskosten en advocaatkosten niet opweegt tegen de vordering. Onze ervaring is dat het pas vanaf € 10.000,- de moeite is om te gaan procederen, mits er ook een verhaalsobject aanwezig is. Met een verhaalsobject wordt bedoeld dat de schuldenaar iets moet bezitten (een pand, waardevolle goederen, een bankrekening etc.) waarop verhaal mogelijk is. Is dit er niet, dan is het aardig om straks een toewijzend vonnis te hebben, maar vist u alsnog achter het net.
Ook vergeten mensen vaak dat je bij procederen afhankelijk bent van je wederpartij. Komt deze niet opdagen, dan is het makkelijk. Er komt een verstekvonnis en als er verhaal mogelijk is, ben je gauw klaar.
Gaat de wederpartij echter in verweer en doet deze dat zeer uitgebreid, dan zal uw advocaat op alle punten van verweer moeten reageren. Doet hij dit niet, dan wordt het verhaal van de wederpartij als uitgangspunt genomen. De kosten kunnen daardoor dus erg hoog oplopen. € 5.000,- voor een procedure is niets.
Als u de procedure bij de rechter wint en u krijgt een vonnis waarmee u uw vordering kunt incasseren, krijgt u eveneens een proceskostenvergoeding toegewezen. Die vergoeding, die uw wederpartij moet betalen, is helaas niet gelijk aan de daadwerkelijke kosten die u heeft gemaakt. Over het algemeen overstijgen de daadwerkelijke kosten de hoogte van die proceskostenvergoeding in veelvoud.
Het alternatief is om de procedure zelf ter hand te nemen. Dit is nu mogelijk bij vorderingen tot € 25.000,- (in geval van consumentenkrediet € 40.000,-). Of dit aan te raden is, is echter een tweede. Zeker in geval van juridisch inhoudelijke verweren is het voor een leek ondoenlijk wegwijs te worden in het woud aan wettelijke regelgeving. Dit kan de nodige vertraging opleveren, omdat de kantonrechter zich toch een goed oordeel over de zaak moet vormen. Gezien de toch al redelijk lange proceduretermijnen, is dit geen aanrader. Daarbij komt dat als u, om uw vordering veilig te stellen, beslag wilt leggen op zaken van uw schuldenaar, u toch een advocaat nodig heeft om deze procedure voor u te regelen. De advocaat is dan al op de hoogte van de zaak en kan in een moeite door de dagvaardingsprocedure ingaan.
De bovengenoemde argumenten om wel of niet te procederen zijn met name financieel van aard. Een andere omstandigheid die zich niet zelden voordoet is: het principe. Om principiële redenen toch willen doorgaan met het incasseren van de vordering. Daar is op zich niets mis mee. Er gaat een boodschap vanuit in de zin van ‘zo doen we geen zaken met elkaar'. Maar daarbij blijft belangrijk het financiële plaatje daarvan en de belangenafweging kosten/baten goed te maken. In de loop der tijd vervagen principiële standpunten vaak en blijft het financiële aspect achter.
Aldus blijft het een belangenafweging, maar heeft het vooral te maken met de hoogte van de vordering en de aard van de wederpartij of het loont om via juridische procedures het geld alsnog te krijgen.
Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande nog vragen hebben of geadviseerd willen worden, dan kunt u contact opnemen met mr. C. Bijlsma ( ) via e-mail of telefonisch op: 0118-620000.
Het huwelijk & de onderneming (lezing 30 november 2011) 30 nov 2011
Naar aanleiding van de contacta 2011 organiseerde Köller Advocatenkantoor in samenwerking met Bas + Mar de Jager een lezing. Vandaag heeft deze lezing plaatsgevonden. Hoewel de opkomst kleiner was dan verwacht is het toach een groot succes geweest. De deelnemers waren zeer enthousiast over de combinatie entourage en onderwerp. "Zo'n avond zou vaker georganiseerd moeten worden" aldus een van de deelnemers.
Via deze link kunt u de handout downloaden.
Voorschotregeling voor slachtoffers in het strafrecht 24 nov 2011
Indien een persoon slachtoffer is geworden van een strafbaar feit, kan hij of zij zich als benadeelde partij voegen bij de strafprocedure welke jegens de verdachte is opgestart. Het slachtoffer kan zo trachten zijn of haar immateriële als materiële schade op de verdachte te verhalen. Indien de verdachte wordt veroordeeld voor hetgeen aan hem ten laste is gelegd, kan de rechter deze ook veroordelen tot betaling van de schadevergoeding aan het slachtoffer, mits het slachtoffer zich als benadeelde partij heeft gevoegd. Een advocaat kan u in deze procedure bijstaan.
Indien het tot een veroordeling komt en de rechter wijst het schadevergoedingsverzoek toe, dient de dader het slachtoffer te betalen. De rechter legt standaard de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op. Het Centraal Justitieel Incassobureau is voorts belast met de inning van de schadevergoeding voor het slachtoffer. Zij gaat hiermee aan de slag als het vonnis onherroepelijk is geworden.
Het komt vaak voor dat de dader door allerlei redenen (detentie, werkloos, onvindbaar) niet betaald en dat het slachtoffer met de schade blijft zitten. Sinds 1 januari 2011 heeft de wetgever de rechten van de slachtoffers uitgebreid door onder andere een ‘voorschotregeling’ in het leven te roepen. Deze regeling is specifiek bedoeld voor slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven. Indien het slachtoffer na 8 maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis nog niet is betaald, krijgt hij of zij dit bedrag als voorschot uitgekeerd van de staat. Het Centraal Justitieel Incassobureau tracht uiteraard alsnog het gehele bedrag op de dader te verhalen en is daarbij bevoegd alle wettelijke instrumenten aan te wenden om alsnog tot een succesvolle inning te komen. De stelling ‘van een kale kip kun je niet plukken’ gaat dan ook niet langer op.
Indien u slachtoffer bent geworden van een ernstig strafbaar feit en u hierdoor schade gelden en/of letsel heeft bekomen, kunt u uiteraard geheel vrijblijvend contact opnemen met ons kantoor ter bespreking van uw mogelijkheden zich te voegen als benadeelde partij in een strafzaak.
Parttime werken en nationale feestdagen 18 nov 2011
Op grond van het Burgerlijk Wetboek mag een werkgever in principe geen onderscheid maken tussen werknemers op grond van hun arbeidsduur. Het gaat daarbij om de vraag of parttimers nadeligere arbeidsvoorwaarden hebben dan fulltimers.
Volgens de Commissie Gelijke Behandeling is het zo dat als een erkende nationale feestdag op een vrije parttime dag van een werknemer valt, hij hiervan meer nadeel ondervindt dan een fulltime werknemer. De commissie oordeelde voorts dat een parttime werknemer naar rato van zijn gewerkte uren recht heeft op erkende vrije feestdagen, ongeacht de dagen waarop de erkende feestdagen vallen. De werkgever zal de parttime werknemer dan ook compensatie moeten geven als een erkende feestdag op een vrije parttime dag van de betreffende werknemer valt.
Het is wel zo dat het oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling op zich niet bindend is. In de praktijk blijkt echter dat in ongeveer 75% van de gevallen het oordeel wordt gevolgd. Ook de rechter houdt, in opvolgende rechtszaken, vaak het oordeel van de commissie aan. Het is dus van belang hier als werkgever voor het aangaan van een dienstverband goed over na te denken en over het (totaal) aantal vakantiedagen goede afspraken te maken met uw parttime werknemers.
Wilt u hierover, of over andere arbeidsvoorwaarden, eens van gedachten wisselen dan kunt u contact opnemen met mr. C. Bijlsma ( ) via e-mail of telefonisch op: 0118-620000.
scheiden zonder ouderschapsplan kan 11 nov 2011
Sinds 1 maart 2009 dient bij een echtscheidingsverzoek een ouderschapsplan te worden overgelegd. In het ouderschapsplan dienen ouders afspraken vast te leggen die zien op de opvoeding en verzorging van hun minderjarige kinderen. Regelmatig krijg ik de vraag van cliënten of zij niet kunnen scheiden wanneer geen ouderschapsplan wordt overeengekomen.
Artikel 815 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat bij een verzoek tot echtscheiding een ouderschapsplan dient te worden overgelegd. Alleen in die gevallen waarin in redelijkheid niet van ouders kan worden verwacht dat zij een ouderschapsplan overleggen kan de echtscheiding worden uitgesproken en doet de rechtbank vervolgens uitspraak over de geschilpunten rondom de kinderen. Voordat de rechtbank beslist een beschikking te wijzen waarin zij de echtscheiding uitspreekt dient een zogenaamde ontvankelijkheidszitting plaats te vinden waarin de rechtbank onderzoekt of van partijen inderdaad in redelijkheid niet kan worden verwacht een ouderschapsplan te overleggen. Zo'n ontvankelijkheidszitting is meer een formaliteit. Voor uw beeldvorming; deze zitting duurt ongeveer vijf minuten en er wordt inhoudelijk niets besproken. Wanneer de rechtbank er van overtuigd is dat het opstellen van een ouderschapsplan niet tot de mogelijkheden behoort zal zij de echtscheiding uitspreken en partijen oproepen voor een nieuwe zitting om te spreken over de voorzieningen voor de kinderen.
Uit bovenstaande volgt dus dat partijen kunnen scheiden wanneer zij geen ouderschapsplan bij het echtscheidingsverzoek overleggen. De rechtbank zal er dan echter van overtuigd moeten zijn dat het opstellen van een ouderschapsplan daadwerkelijk niet tot de mogelijkheden behoort. Om de rechtbank hiervan te overtuigen dienen alle middelen voor minnelijk overleg te zijn aangewend, zoals een viergesprek (een gesprek tussen partijen in aanwezigheid van hun advocaten) en mediation.
Wilt u meer informatie over het opstellen van een ouderschapsplan of bemiddeling bij het tot stand laten komen van een ouderschapsplan, neem dan contact op met ons kantoor voor het maken van een vrijblijvende afspraak met een van onze familierechtspecialisten. Zij kunnen u ook alles vertellen over de inhoud van een ouderschapsplan.
Lezing Köller Advocatenkantoor ism Bas + Mar de Jager 04 nov 2011
Tijdens de Contacta hebben Koller Advocaten en bas+mar de jager samen een stand bemand. Een prachtige combinatie en naar beider tevredenheid.
Bezoekers van de Contacta kregen het aanbod om op 30 november 's avonds een lezing te volgen door Koller Advocaten in de showroom van bas+mar in Kapelle.
De sfeer is daar perfect voor sommige mogelijk complexe zaken.
http://www.mrkoller.nl/nl.php/aanmelden-lezingen.htm
De showroom is groot, maar we kiezen ervoor de groep niet al te groot te laten worden om de kwaliteit van de avond zo hoog mogelijk te houden.
WIE DOET HET NIET?! 31 okt 2011
Dat kan gaan over echt ongeoorloofd gebruik, bijvoorbeeld het bekijken van "seks-sites". Daarvan voelt eigenlijk iedereen wel aan dat dat niet de bedoeling is. Hoewel.., ook daar ontstaat in de praktijk dan wel de vraag: in welke verhouding staat dat gebruik of misbruik tot de arbeidsrelatie? Van belang daarbij kan zijn: hoe lang werkt de betreffende werknemer binnen de organisatie en hoe heeft de werknemer gefunctioneerd?
Natuurlijk doel ik met de titel van dit stuk niet op het bekijken van die eerder genoemde seks-sites. Het gaat mij nu meer om het inmiddels steeds gewoner wordende gebruik van internet, noem het de "social media".
Even de email checken, even de linked-in pagina of facebook bekijken, even snel een tweet plaatsen, of de mogelijkheid van een voortdurende online verbinding met diverse chatsites....... Tja, wie doet het niet?
In een bepaalde mate zal gebruik daarvan wellicht toegestaan zijn. Oogluikend of niet. Zodra er evenwel te vaak gebruik van gemaakt wordt, kan het als niet (meer) wenselijk worden ervaren. Niet zelden gaat dat weer samen met andere omstandigheden, bijvoorbeeld een ontevredenheid over het functioneren, financieel slechtere omstandigheden binnen de organisatie of een klacht van een andere werknemer of een derde.
Wanneer wordt nu dat punt bereikt?
Natuurlijk is belangrijk dat personeel weet wat er van hen verwacht wordt. Wat is toegestaan en wat niet? Internet-beleid binnen de organisatie kan zelfs worden vastgelegd in protocollen. Dat is niet ongebruikelijk.
Maar dan nog, de verleiding is groot. Praat erover, maak duidelijke afspraken geef de grenzen aan.
Blijft het ongewenste surfgedrag aan houden ondanks duidelijke communicatie daarover, dan kan een probleem ontstaan. Dit kan uitlopen op een juridisch conflict waarbij de arbeidsrelatie ter discussie komt te staan.
Op welk moment dit gerechtvaardigd kan resulteren in een einde van de arbeidsovereenkomst en wanneer niet, hangt af van de omstandigheden van het geval. Vaak is de situatie niet zwart/wit en dienen de diverse omstandigheden te worden afgewogen.
Juridische bijstand is in dan erg belangrijk.
Indien u behoefte heeft aan advies, kunt u contact met ons opnemen. Esther Mulders, , staan voor u klaar. Belt u met: 0118-620000.
Zaken doen op internet goed geregeld? 20 okt 2011
De meeste bedrijven hebben tegenwoordig een website en doen zaken op internet. Vaak zijn ze echter niet goed op de hoogte van de wet- en regelgeving die op hen van toepassing is. Het is belangrijk om te weten wat de rechten en plichten zijn op internet, zodat allerlei aansprakelijkheden kunnen worden voorkomen.
Om een paar voorbeelden te noemen, het begint vaak al met de intellectuele eigendomsrechten op de domeinnaam van de website van het bedrijf. Wordt deze domeinnaam al op de markt door een ander bedrijf gebruikt als handelsnaam? Het voeren van de domeinnaam kan dan worden verboden als er bij het publiek verwarring valt te verwachten, waarbij rekening gehouden wordt met de plaats en het type bedrijf van beide bedrijven.
Is de naam misschien als merknaam geregistreerd? Ook een potentiële valkuil. Het voeren van een domeinnaam kan bijvoorbeeld namelijk worden verboden als deze naam gelijk is aan een geregistreerde merknaam en gebruikt wordt voor dezelfde diensten of goederen. Dit kan ook als het gaat om een enigszins gelijke naam aan de merknaam die gebruikt wordt voor dezelfde diensten of goederen en er op de markt (dus bij de afnemers) verwarringsgevaar kan ontstaan.
Daarnaast kunnen juridische problemen ontstaan rondom het contract met de webbouwer, de webdesigner, etc. Het is o.a. belangrijk goed geregeld te hebben wie het auteursrecht op de inhoud van de site bezit maar ook hoe wettelijke verplichtingen en overige juridische onderwerpen daarop worden verwerkt. Verder kan gedacht worden aan bescherming van functionele en technische ontwerpen als voorbereidende materialen, maar ook bijvoorbeeld het uiterlijk van de website voor zover het gaat om oorspronkelijke elementen.
Ook is van groot belang kennis te nemen van de rechten en plichten rondom de ‘koop op afstand' oftewel (met name) de koop via internet, zoals deze in het burgerlijk wetboek zijn geregeld. Let erop dat de koper een bedenktijd heeft van minimaal zeven werkdagen. Stuurt de koper het product vervolgens terug, dan moet de verkoper de aankoopsom binnen 30 dagen terugstorten. Heeft de verkoper echter onvoldoende informatie verstrekt aan de koper (bijvoorbeeld geen adresgegevens, onduidelijke prijzen) dan wordt de bedenktijd verlengd tot maar liefst drie maanden. Er zijn overigens een aantal producten en diensten waarvoor de bedenktijd niet geldt, bijvoorbeeld bij de aankoop van reizen of diensten die meteen beginnen zoals een abonnement voor mobiel bellen.
Ten slotte moet goed worden gelet op het opstellen van algemene voorwaarden die specifiek zijn afgestemd op het handelen via internet. Denk daarbij aan een specifieke regeling op het gebied van aansprakelijkheid, privacy, intellectuele eigendomsrechten en toepasselijk recht en bevoegde rechtbank. Vervolgens moet op de website duidelijk worden opgenomen dat de algemene voorwaarden bij de aankoop ‘ter hand worden gesteld'. Veel bedrijven gebruiken tegenwoordig voordat een aankoop plaatsvindt een hokje dat de klant kan aanvinken waarbij deze verklaart kennis te hebben genomen van de algemene voorwaarden (met bijbehorende link).
Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande nog vragen hebben of geadviseerd willen worden, dan kunt u contact opnemen met mr. C. Bijlsma ( ) via e-mail of telefonisch op: 0118-620000.
Opposites attract 14 okt 2011
Deze zomer ben ik moeder geworden van een heel mooi ventje (zoals elke moeder zegt -maar bij mij is het echt waar ;-) het mooiste kindje van de wereld). Vanaf deze blauwe babywolk denk ik na over mijn scheidingspraktijk waarin het niet zelden voorkomt dat partijen ruzie hebben over de kinderen.
download de column van mr. S. Köller
de Invoeringswet van de Flex B.V. 05 okt 2011
Op 5 oktober jl. is de Tweede Kamer akkoord gegaan met de Invoeringswet van de Flex B.V.
Minister Opstelten heeft haast en wil invoering op zo kort mogelijke termijn (wellicht per 1 januari 2012!). Wat houdt de wetgeving omtrent de Flex B.V. precies in? Het doel van de wetgeving is de B.V. als rechtsvorm aantrekkelijker te maken. Vooral voor starters en ondernemingen met één aandeelhouder biedt de Flex B.V. nieuwe kansen. In grote lijnen komt de wetgeving op het volgende neer:
- - het minimumkapitaalvereiste van € 18.000,- komt te vervallen. Er kan worden volstaan met een storting van € 1,-;
- - aandeelhouders krijgen meer flexibiliteit door het verdwijnen van de blokkeringsregeling;
- - ruimere mogelijkheden om in de statuten van de wetgeving af te wijken;
- - de bank- en accountsverklaring bij inbreng in natura verdwijnt;
- - de aansprakelijkheidsgronden van bestuurders en aandeelhouders worden uitgebreid;
- - het stemrecht op aandelen kan worden beperkt.
Het wetsvoorstel moet nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd. De sectie ondernemingsrecht van Köller advocaten adviseert u graag over de gevolgen van de nieuwe wet en een eventuele aanpassing van statuten. U kunt daarvoor contact opnemen met mr. C. Bijlsma ( ) via e-mail of telefonisch op: 0118-620000.
The Divorce Party 03 okt 2011
Het RTL-programma Editie NL besteedde al aandacht aan het fenomeen van "the Divorce Party". Een feestje na een echtscheiding dat is misschien wel het laatste waar u aan denkt. Toch is het steeds meer ‘in' om het huwelijk af te sluiten met een -al dan niet gezamenlijk gegeven- echtscheidingsfeest.
download de column van mr. S. Köller
Het "habe-nichts verweer" in tijden van economisch zwaar weer. 27 sep 2011
Nu men zich wereldwijd buigt over de economisch zware tijden waarin we verkeren of komen te verkeren en de oplossing niet zonder meer voor de hand lijkt te liggen, wordt het voor ondernemers belangrijker zich te buigen over de financiën van de eigen organisatie.
Hoe ziet bijvoorbeeld het personeelsbestand eruit en valt dat nog te handhaven? Indien dat niet zo is, op welke manier kan dan met respect naar de werknemers die het betreft afscheid worden genomen van die werknemers? Moet daarbij altijd ruimte zijn voor toekenning van een ontbindingsvergoeding of zou u die werknemer ook minder kunnen betalen omdat het met het bedrijf ook slechter gaat?
Er zijn steekhoudende argumenten aan te voeren op grond waarvan u de werknemer minder betaalt dan u in floriserende tijden zou doen. Als u daarover eens vrijblijvend zou willen praten, staan er twee arbeidsrechtspecialisten voor u klaar. Neemt u dan contact op met Esther Mulders ( ), via e-mail of telefonisch op: 0118620000.
Renew Your vows! 20 sep 2011
Trouwen is een mooie feestelijke gebeurtenis, waarbij veel mensen niet (willen) nadenken over de mogelijkheid van een scheiding in de toekomst. Trouwen doe je per slot van rekening maar één keer. In Nederland trouwen veel mensen daarom zonder van tevoren een regeling te treffen. Wanneer er van tevoren niets wordt geregeld dan ontstaat er een gemeenschap van goederen. Om te voorkomen dat een gemeenschap van goederen ontstaat, kunnen huwelijksvoorwaarden worden opgesteld.
download de column van mr. S. Köller





